Veelgestelde vragen

Heeft u een vraag? Bel of mail ons, wilt u direct een antwoord op uw vraag stel deze dan via de online chat. ServerDirect heeft een obsessie voor het verlenen van een uitstekende service. Wij onderbouwen dit door ten eerste alle vragen naar tevredenheid van de klant te beantwoorden die aan onze klantenservice team gericht zijn.

Webshop

Hoe plaats ik een bestelling?

Nadat u zich eenmalig heeft geregistreerd kunt u zich aanmelden op onze website. Zodra u aangemeld bent kunt u al uw bestellingen makkelijk en snel online plaatsen. Uiteraard is het ook mogelijk uw bestellingen te plaatsen via e-mail of telefoon. Wij hebben veel servers en toebehoren op voorraad in Rotterdam. Hierdoor zijn we vaak in staat bestellingen, die voor 16:00u binnenkomen dezelfde werkdag nog te versturen. Ook Internationale zending zijn geen enkel probleem. Een server bestellen kan nergens zo makkelijk en snel als bij ServerDirect.

Alle nieuwe klanten plaatsen de bestellingen op vooruitbetaling. Nadat wij uw bestelling hebben ontvangen sturen wij u per e-mail een bevestiging met betaalinstructie. Na ontvangst van de betaling zullen wij uw bestelling, mits op voorraad, direct verzenden. Betalingen naar onze ING rekening zijn vaak al direct door ons te zien. Stuur ons een mail indien de bestelling spoed heeft. Vaste klanten kunnen bij ons op rekening bestellingen plaatsen na goedkeuring van onze kredietverzekeraar.

Het ServerDirect team verwerkt alle offerte aanvragen en bestellingen die voor 16:00 uur binnenkomen op dezelfde werkdag. Hierdoor bent u verzekerd van een snelle service. Heeft u server gerelateerde vragen? Ons technisch verkoopteam staat dagelijks van maandag tot vrijdag van 9:00u tot 17.30u voor u klaar. U krijgt van ons altijd geheel vrijblijvend dezelfde werkdag antwoord. Probeer ook eens onze live chat, voor het makkelijk en snel vragen stellen aan ons technisch verkoopteam.

De servers van ServerDirect worden door gekwalificeerde en ervaren technici geassembleerd. Onze assemblage medewerkers doen het werk met veel liefde en passie voor het vak. We werken dan ook uitsluitend met ervaren en gedreven technici op onze assemblage afdeling. Ook nadat uw server geleverd is staat ons technisch team voor u klaar om geheel vrijblijvend alle server gerelateerde vragen te beantwoorden. Elke vraag beschouwen wij als een uitdaging waar we snel en adequaat op reageren.

Wilt u uw server snel geleverd hebben in een Datacentrum dit kunnen we snel en efficiënt voor u regelen. Wij werken met tientallen datacentrums samen in Amsterdam, Schiphol-Rijk en de rest van Nederland. Bestel nu uw server en laat deze door ons afleveren en installeren in een door u gewenste data centrum in Nederland.

Verkoopt ServerDirect ook refurbished hardware?

ServerDirect verkoopt indien gewenst ook refurbished onderdelen en systemen.

Voordeel van refurbished is dat het producten zijn welke door de fabrikanten zijn opgeknapt en verkocht kunnen worden als zo goed als nieuw. Wij geven uiteraard op alle refurb producten de support en garantie die u van ons gewend bent. Hieronder de voordelen van refurbished producten 

  • Makkelijk besparen op uw kosten met voordeel dat kan oplopen tot 70%
  • Bepaal zelf hoeveel voordeel u wilt vanwege de verschillende condities van refurb
  • Carry in garantie
  • Indien gewenst soms ook on-site garantie pakketten verkrijgbaar voor refurb producten
  • Refurbished door de fabrikant zelf
  • Snelle levering, meestal uit voorraad verkrijgbaar
  • Milieuvriendelijk alternatief voor een nieuw aan te schaffen product
  • Wij kopen ook uw oude hardware op en geven het een tweede kans

Wat is mijn oude server waard?

Wij kopen ook oude server en netwerk apparatuur op van onze klanten om ze tijdens de aanschaf van de nieuwe hardware een fikse korting te kunnen geven. Wilt u een nieuwe server kopen en wilt u weten wat uw oude server waard is? Neem dan contact op met ons technisch verkoopteam.

Betaalmogelijkheden

Vaste klanten van ServerDirect hebben een kredietlimiet met een betalingstermijn. Dit geldt ook bij alle bestellingen welke online geplaatst worden. Klanten zonder kredietlimiet en nieuwe klanten kunnen online bestellingen plaatsen en betalen met Ideal, Creditcard, Bancontact, SOFORT Banking, Overboeking, SEPA inacasso, PAYPAL, en uiteraard ook betalen met Bitcoin.

Je iDEAL betaling mislukt?

Is uw betaling via iDEAL mislukt? Controleer dan eerst of het bedrag is afgeschreven van uw bankrekening. Is het geld niet afgeschreven? Dan kun je zonder enig probleem direct opnieuw een bestelling plaatsen. Is het geld wel van je bankrekening afgeschreven maar heb je nog geen bevestiging van ons per e-mail ontvangen? Neem dan contact op met ons via de mail of telefoon. Houd je transactienummer bij de hand. Deze staat altijd bij de afschrijving vermeld. We helpen u direct verder en zorgen dat uw bestelling snel wordt afgehandeld.

Terminology

Applicatie

Een applicatie (letterlijk: toepassing, vaak ook afgekort als app) is een computerprogramma dat bedoeld is voor eindgebruikers. Dit in tegenstelling tot een servertaak of andere taken die door een besturingssysteem in de achtergrond worden uitgevoerd. Een veelgebruikte analogie om het verschil te verduidelijken is de relatie tussen verlichting (applicatie) en een elektriciteitscentrale (taken). De elektriciteitscentrale dient ervoor om stroom te produceren, een handeling die op zichzelf geen nut voor een gebruiker heeft. Pas als deze stroom wordt gebruikt, voor bijvoorbeeld verlichting, heeft de gebruiker er iets aan. Voorbeelden van applicaties zijn: tekstverwerker (zoals LibreOffice of Microsoft Office Word), e-mailprogramma (zoals Mozilla Thunderbird en Microsoft Outlook), mediaspelers (zoals Winamp en Windows Media Player). Er bestaan ook steeds meer webapplicaties zoals PixLR of de e-mailapplicaties van Hotmail en GMail).

ATX

De vormfactor ATX is een standaard voor moederborden en voedingen. Het is de opvolger van de AT-vormfactor. Een ATX-moederbord is 305mm lang en 244mm breed. De gaatjes zitten op vaste plaatsen, zodat het plaatsen in een kast uniform blijft. Vaak worden de afmetingen van ATX-moederborden weergegeven in inches. Een ATX-Moederbord is dan 12" lang en 9.6" breed. MicroATX vaak als µATX geschreven, is een standaardmaat voor moederborden. Deze vorm werd geïntroduceerd in december 1997. MicroATX-moederborden zijn op zijn grootst 244 mm bij 244 mm, maar soms zijn ze maar 171,45 mm bij 171,45 mm. De standaard ATX grootte is 25% langer, dus 305 mm bij 244 mm. MicroATX-borden worden vaak in thuisservers en PC’Sgebruikt.

Backbone

Backbones zijn de ruggegraten van het Internet. Het zijn de belangrijkste fysieke verbindingen tussen de verschillende computers die op het Internet zijn aangesloten. Een backbone is een connectie die hoge snelheid en dus veel dataverkeer aankan. 

Bandbreedte

In de telecommunicatie wordt met bandbreedte van een transmissiekanaal het verschil bedoeld tussen de hoogste frequentie die wordt doorgelaten en de laagst doorgelaten frequentie. De definitie van bandbreedte is dus het gebruikte, continue interval in het frequentiespectrum, ofwel de frequentieband. Zo is bijvoorbeeld in de bedrade telefonie de gebruikte "band" het gedeelte gaande van 300 Hz (hertz) tot 3400 Hz, wat resulteert in een bandbreedte van 3100 Hz of 3,1 kHz. Aangezien de benaderde bandbreedte wordt voorgesteld als een blok op een signaalvermogen/frequentie-diagram en de werkelijke bandbreedte zich als een klokvormige normaalverdelingscurve gedraagt, moet er een compromis worden gemaakt. Dit wordt meestal gekozen volgens de halfvermogenregel (half power gain convention). Dit wil zeggen dat de grenzen van de band worden gekozen bij de frequenties waar het vermogen onder de helft van het maximale vermogen komt. De gebruikte eenheid is hertz (Hz) Bijvoorbeeld bij een traditionele telefoonlijn is de bandbreedte 3400 Hz - 300 Hz = 3100 Hz. Met bandbreedte wordt in de praktijk vaak bedoeld de afstand tussen de frequenties waarbij de transmissie van het kanaal met 3 decibel (-3 dB) is afgenomen ten opzichte van de topwaarde. Dit wordt aangegeven als B (3 dB). In datacommunicatie wordt met bandbreedte soms aangegeven hoeveel data per seconde door een verbinding verstuurd kan worden. 'Gebruikte bandbreedte' geeft aan, wat van de 'beschikbare bandbreedte' feitelijk is gebruikt. Juister is om in dat geval te spreken van kanaalcapaciteit, deze wordt dan veelal uitgedrukt in bit/s (bits per seconde), kbit/s (kilobit per seconde vroeger ook wel 'kbps' genoemd), kbyte/s (kilobytes per seconde), Mbit/s (megabits per seconde), enzovoorts. Met de steeds groeiende bandbreedte die beschikbaar komt, wordt het werken met Gbit/s normaal. In internet-toepassingen wordt de term 'bandbreedte' soms gebruikt om ogenblikkelijke transferlimiet aan te geven (kbit/s). Nauw verwant hieraan is de gewoonte van sommige providers om soms transferlimieten aan te geven (MB/dag, GB/maand). Er zijn echter ook veel providers die werken met een zogenaamde fair-use-policy. Dit houdt in dat men in redelijkheid gebruik mag maken van de functies, echter niet moet overdrijven. De grens hiervan is moeilijk te bepalen en daarom blijft dit altijd een punt van discussie.

BIOS (Basic Input Output System)

Het BIOS is een bibliotheek met een set basisinstructies voor de communicatie tussen het besturingssysteem en de hardware. Tijdens het opstarten van een pc, wanneer het besturingssysteem nog niet geladen is, is dit ook de enige software die beschikbaar is. Wanneer een computer wordt gestart, wordt eerst de Power-On Self Test (POST) in het BIOS doorlopen. Als alles in orde lijkt, roept het BIOS vervolgens de bootloader aan (meestal door de eerste sector van een aanwezige harde schijf te lezen). Dit opstarten wordt 'booten' genoemd: de bootstrap-routines in het BIOS zijn de eerste stap waarmee de computer zichzelf start. Een fabrikant van computers of moederborden komt soms met nieuwere versies van het BIOS. Er kunnen fouten verholpen zijn, of nieuwe hardware wordt ondersteund. Als tijdens het vernieuwen van het BIOS de computer wordt uitgezet, dan is het mogelijk dat het BIOS maar gedeeltelijk in de computer is geschreven, en zal de computer het niet meer doen. Sommige computers hebben daarom twee chips met een BIOS op het moederbord (het zogenaamde dual BIOS-systeem). Indien het vernieuwen mislukt, dan wordt een oudere reserve BIOS gebruikt om op te starten. De merknaam in het BIOS maakt deel uit van de OEM licentie van Microsoft Windows. Indien het BIOS wordt vervangen door een type met een andere merknaam, dan moet Microsoft Windows soms opnieuw geactiveerd worden. Een BIOS van een ander merk is alleen in uitzonderlijke gevallen geschikt, bijvoorbeeld wanneer hetzelfde moederbord gebruikt is in computers van verschillende merken. Het BIOS van een computer is opgeslagen in een aparte geïntegreerde schakeling op het moederbord. Vroeger (rond 1990) stond het BIOS gewoonlijk in een EPROM en kon niet gewijzigd worden zonder speciale apparatuur, vanaf ca. 1995 werd steeds vaker EEPROM gebruikt, waarmee een BIOS vernieuwd kon worden zonder een chip te vervangen. Moderne personal computers hebben doorgaans uitgebreide setup-mogelijkheden. Doorgaans werkt dit als volgt: bij het opstarten van een computer kan men met een speciale toets [1] (vaak Delete, F10, F2 of nog andere toetsencombinaties) dit opstartproces onderbreken en "naar de setup gaan", nog voordat het besturingssysteem geladen wordt. Via meerdere schermen kunnen dan BIOS-instellingen gewijzigd worden. Na het terugschrijven van deze instellingen naar de CMOS-Data (RAM) wordt het bootproces opnieuw gestart. Een voorbeeld van een BIOS-instelling, is de volgorde waarin de pc informatiedragers (floppy, harde schijf/schijven, usb-stick, cd, netwerk[2]) afloopt op zoek naar een geldig besturingssysteem om te laden (de boot sequence): als er -volgens de genoemde volgorde- geen opstartinformatie op de floppy gevonden is zal er op de harde schijf/schijven gezocht worden en zo verder. Intel heeft voor dit reeds meer dan 20 jaar oude systeem een vervanging gemaakt met de naam Extensible Firmware Interface. Het BIOS is in principe gevoelig voor virussen. Op sommige moederborden is een versleuteling aanwezig, waardoor het BIOS niet gewijzigd kan worden zonder een wachtwoord in te geven. In 2011 waren er geen grote virus-aanvallen van het BIOS bekend.

Chipset

Een in de computerbranche vaak gebruikte term om de geïntegreerde schakelingen aan te duiden die in samenwerking met de processor worden gebruikt op een bepaald moederbord. Meestal worden die speciaal voor gebruik met een bepaalde processor ontworpen. De chipset bepaalt onder andere de maximumsnelheid waarmee het interne geheugen en de Front Side Bus kunnen werken. De chipset draagt zorg voor de communicatie tussen de processor en de rest van de computer (randapparatuur, geheugen). Meestal bestaat de chipset uit 2 aparte chips: de Northbridge en de Southbridge. De eerste regelt het snelle verkeer tussen de processor en het geheugen en de grafische kaart (via de AGP of PCI-E). De tweede zorgt voor communicatie met de relatief tragere componenten van de pc: de harde schijf, diskettestation, toetsenbord, USB en de andere PCI-slots (sleuven) naast de grafische sleuven (AGP of PCI-E).

Client-servermodel

Het client-servermodel is een model in de informatica en computertechniek voor de samenwerking tussen twee of meer programma's, die zich op verschillende computers kunnen bevinden. Kenmerkend voor de asymmetrie in het model is: de server is permanent beschikbaar en is reactief een client is bij gelegenheid actief en neemt het initiatief tot communicatie met de server Een aantal voorbeelden van het client-servermodel zijn e-mail, het WWW, NFS, FTP, Telnet, SSH, online-FPS, betalingsverkeer of thin clients. Veel client-serverrelaties werken met een verzoek om iets, en dat kan misbruikt worden. Dit heet ook wel een Distributed Denial of Service attack. Een alternatief netwerkmodel is een peer-to-peerarchitectuur.

Computernetwerk

Een computernetwerk is een systeem voor communicatie tussen twee of meer computers. Er zijn zowel computernetwerken waarbij de computers communiceren via fysieke elektrische kabels of glasvezelkabels, als draadloze netwerken. In de topologieën van netwerken worden fysieke en logische topologieën onderscheiden. Globaal spreekt men van een LAN waarop computers binnen één gebouw of complex aangesloten worden en een WAN om verbinding te leggen over grotere afstanden.

DAS (Direct Attached Storage)

Direct Attached Storage is nog steeds de meest toegepaste vorm van toevoegen van RAID storage aan een server of workstation. De redenen hiervoor zijn relatief eenvoudig op te sommen.

  • De hoge aanschafprijs is t.o.v. NAS en SAN oplossingen relatief laag.
  • Hoge acceptatiegraad in de markt.
  • Eenvoudige installatie
  • Hoge prestatie

Datacommunicatienetwerk

Een datacommunicatienetwerk is een netwerk voor data-overdracht tussen twee of meer apparaten. De apparaten kunnen telefoons, modems, televisietoestellen, computers of onderdelen ervan zijn, maar evengoed bijvoorbeeld ook weerstations, kunstmanen, printers, stuursystemen, mobiele telefoons, enz. De structuur waarin de apparaten via het netwerk gekoppeld zijn, wordt de netwerktopologie genoemd. Twee uiterste vormen hiervan zijn de ster-vorm en de ring-vorm. De data kunnen digitaal (bijvoorbeeld ISDN) of analoog (bijvoorbeeld 'gewone' telefonie) zijn en bestaan uit spraak- of beeldgegevens of data zoals opgeslagen op computers. Er bestaan ook netwerken voor gemengde (analoge én digitale) gegevensoverdracht. Een voorbeeld hiervan is ADSL. Verbindingen kunnen via kabels (van koper of glasvezel) of via radiogolven tot stand worden gebracht. De opbouw van de verbindingen kan verschillende vormen en combinaties daarvan aannemen. Gegevens kunnen in pakketjes worden verzonden (packet-switching), hetgeen inhoudt dat alle gegevens worden opgeknipt in kleine stukjes en vervolgens via een (digitaal) netwerk worden verstuurd. De verschillende pakketjes hoeven dan niet dezelfde route af te leggen. Vooralsnog gebeurt telefonie via circuit-switching, hetgeen inhoudt dat tijdelijk een communicatielijn van zender naar ontvanger wordt gereserveerd.

Datalinklaag

De datalinklaag is de tweede laag uit het OSI-model. Deze laag zorgt voor transport van de data over een verbinding (link). Men moet bijvoorbeeld denken aan de verbinding tussen de netwerkkaarten van een computer en een router. Dus niet het fysieke medium, de kabel zelf (deze is ingedeeld in de fysieke laag), maar de signalen die over deze kabel heen gaan. Adressering gebeurt op basis van het door de fabrikant ingegeven MAC-adres door een switch. De data die wordt doorgegeven via de fysieke laag kan veel fouten bevatten. Storingen van buitenaf zorgen er vaak voor dat bits muteren of zelfs verdwijnen. Alle data wordt opgedeeld in pakketjes. Deze pakketjes worden frames genoemd. Per frame wordt met een aantal foutcontroles, zoals een Cyclic Redundancy Check, bepaald of het frame correct is ontvangen. Bij het maken van een frame wordt een checksum van de data gegenereerd. Door de checksum kan de machine die het frame ontvangt de data op integriteit verifiëren. In geval van een foutief frame wordt deze genegeerd, bovenliggende lagen zorgen voor eventuele retransmissie (transportlaag). Door deze procedures wordt het uitgesloten dat de ontvangende host (Respectievelijk), verkeerde gegevens gaat gebruiken. Bij een grote hoeveelheid foute of ontbrekende pakketten gaan de prestaties van de verbinding echter aanzienlijk achteruit.

Dataverkeer / bandbreedte

In het Engels 'bandwidth'. Dataverkeer ontstaat zodra informatie wordt uitgewisseld. Door dit te lezen, haal je deze pagina van de server waar ik dit heb bewaard naar de computer waar je nu voor (of achter?) zit. Dataverkeer wordt gemeten in bits per seconde (bps). DNS, DNS server 'DNS' staat voor 'Domain Name System'. Dankzij dit systeem kunnen we computers of web sites oproepen via een naam zoals 'be-wired.nl'. Een DNS server vertaalt IP adressen naar voor ons begrijpelijke letters. Bij de registratie van een domein naam (zie hieronder) die aan een web site gekoppeld is, worden meestal 2 of meer DNS servers (ook nameservers genoemd) opgegeven. Als de eerste DNS server het niet doet, kan het IP adres via de 2e server vertaald worden.

Domein (netwerk)

Een domein of Windows NT-domein is een groep computers in een netwerk die Microsoft Windows als besturingssysteem of het opensourceprogramma Samba geïnstalleerd hebben en die centraal beheerd worden door één of meer Windows-servers. Standaard heeft de beheerder van een domein volledige controle over alle computers van dat domein. Domeinen zijn een middel om het beheer van Windows-computers te centraliseren. Elke persoon die computers binnen een domein gebruikt krijgt daarvoor een gebruikersnaam of een account, met een bijhorend wachtwoord. Hiermee kunnen zij aanmelden en iedere computer van het domein gebruiken, hoewel hierbij beperkingen opgelegd kunnen worden. Een voordeel van domeinen is dat gebruikers opgedeeld kunnen worden in groepen. Door een gebruiker lid te maken van een bepaalde groep, kan die gebruiker alle machtigingen van die groep krijgen. Hierdoor wordt het beheer sterk vereenvoudigd, omdat de beveiligingsinstelling maar eenmaal moet gebeuren, en niet telkens opnieuw bij elke nieuwe gebruiker. Indien er meerdere domeinen bestaan in een netwerk, dan kunnen er zogenaamde "vertrouwensrelaties" gelegd worden tussen deze domeinen. Bij een dergelijke relatie is er een vertrouwend domein en een vertrouwd domein. Gebruikers van een vertrouwd domein kunnen dan toegang krijgen tot het vertrouwend domein, zonder daar zelf gebruiker te zijn. 

Domeincontroller

Een domeincontroller is een server in een computernetwerk van Microsoft Windows die centraal beheert wie er toegang tot welke stukken van het domein mag hebben. Dit in tegenstelling tot het werkgroep-model, waarbij gebruikers en toegang op iedere individuele computer ingesteld moeten worden. Tot Windows 2000 was er in een domein maar een enkele domeincontroller (PDC, Primary Domain Controller), eventueel met een of meerdere Backup Domain Controllers (BDC). Bij uitval van de domeincontroller zou toegang tot computers namelijk niet meer mogelijk zijn. Met de komst van Windows Server 2000 en Active Directory is er hiërarchische structuur in de domeinen mogelijk geworden waarmee meerdere domeinen in een boomstructuur ("tree") georganiseerd kunnen worden, en meerdere "trees" in een "forest". Voor grotere organisaties met meerdere vestigingen biedt dit een grotere flexibiliteit.

Draadloos netwerk

Een draadloos netwerk is een computernetwerk of telefoonnetwerk waarbij de aangesloten apparaten niet via fysieke koperen kabels of glasvezelkabels communiceren, maar via elektromagnetische straling (radiosignalen, licht). Omdat draadloze netwerken geen fysieke verbinding nodig hebben, zijn deze netwerken inherent gevoelig voor aanvallen van buitenaf. Dit wordt in de regel ondervangen door encryptie zoals WEP en zijn opvolgers zoals WPA en WPA2.

DIMM (Dual in-line memory module)

Dual in-line memory modules, acroniem DIMM, zijn SDRAM-modules die het werkgeheugen van een computer vormen. DIMM's zijn de modernere versies van het verouderende Single in-line memory module (SIMM)-systeem. Ze heten "Dual" omdat ze in tegenstelling tot SIMM's aan beide kanten van het printplaatje aansluitcontactpunten hebben. DIMM's zijn verkrijgbaar in verschillende versies, onder andere 5 volt en 3 volt, gebufferd of ongebufferd, SDR SDRAM (168 aansluitingen) of DDR SDRAM (184 aansluitingen). SDR staat voor Single data rate en DDR staat voor Double data rate en slaat op het aantal bits dat het geheugen per kloktik kan verwerken. SDRAM staat voor Synchronous dynamic RAM. De oorspronkelijke SDR versie werden verkocht in de varianten PC66, PC100 en PC133, waar het getal de doorvoersnelheid van de geheugenbus in MHz aangeeft. Bij de modernere varianten wordt de doorvoorsnelheid in (Mega)bytes per seconde weergegeven, omdat de modules per keer 32 bits = 4 bytes kunnen transporteren zijn deze getallen een stuk hoger, bijvoorbeeld PC2100, PC2700 of PC3200 voor respectievelijk een 533, 677 of 800 MHz bus. De meeste recente Advanced Micro Devices (AMD) en Pentium gebaseerde PC's gebruiken ofwel SDR SDRAM in de goedkopere versies of DDR SDRAM in de high-end modellen, beide op 3,3 volt. Deze laatsten hebben een doorvoersnelheid die twee keer zo hoog ligt als die van SDR SDRAM. Een SO-DIMM (Small outline dual in-line memory module) is een kleiner alternatief voor de normale DIMM, en heeft ongeveer de helft van de afmeting van een gewone DIMM. Dit type geheugen wordt voornamelijk gebruikt in apparaten waar kleine afmetingen belangrijk zijn, zoals laptops.

Ethernet

Een soort netwerk dat vaak in een LAN omgeving wordt gebruikt. Ethernet verwerkt ongeveer 10.000.000 bits-per-seconde en kan op bijna elke computer worden gebruikt.

Firewall

Een veiligheidsvoorziening om te zorgen dat er via het Internet geen toegang is tot een lokaal computer netwerk.

Extranet

Een extranet is een type computernetwerk binnen een organisatie. Het maakt onder andere gebruik van het TCP/IP protocol. Het extranet is verwant aan het intranet. In wezen is het extranet een gedeelte van het intranet dat beschikbaar is voor anderen, buiten de organisatie. Het doel van een extranet is het beveiligd beschikbaar stellen van bedrijfsinformatie en gegevens aan klanten, partners en leveranciers buiten de organisatie. Hierbij is het mogelijk, naast het raadplegen van gegevens, deze tevens te muteren. Bijvoorbeeld: een bedrijf staat klanten toe, via het extranet, rechtstreeks op het bedrijfsnetwerk bestellingen te plaatsen.

Gateway

Hardware of software die als een soort tolk fungeert tussen twee verschillende programma's of computers die elkaar anders niet begrijpen. Dit wordt vaak gebruikt voor e-mail die tussen Internet sites en andere commerciële online services met hun eigen e-mail service wordt uitgewisseld (zoal America Online).

Grid computing

Het aan elkaar koppelen van computers om ze zo samen te laten werken. Door verschillende computers allerlei kleine taken te geven kunnen grotere berekeningen opgelost worden dan tot nu toe mogelijk was. Computers zijn steeds sneller geworden, en de computers zoals die in de 21e eeuw gemaakt worden doen bij normaal gebruik het grootste gedeelte van de tijd niets. Ze staan klaar om iets te doen wanneer de gebruiker daar klaar voor is. Gelijktijdig is er een enorme hoeveelheid rekenwerk die niet gedaan wordt omdat de middelen er niet voor zijn. Er zijn verschillende typen Grids te onderscheiden, onder andere: 

  • Rekenkundige Grids, waarbij de Gridcomputers samen complexe problemen oplossen;
  • Data Grids, waarbij de Gridcomputers gezamenlijk een grote informatiebron beheren. Veel peer-to-peersoftware kan in feite gezien worden als een Data Grid.
  • Semantische Grids: waarbij het Semantisch Web en Gridresources worden gebruikt om kennis te produceren.
  • Sensor Grids. Hierbij bestaat de Grid uit een groot aantal sensoren, snelle netwerken voor het datatransport en veel of grote computers voor de gegevensverwerking. LOFAR, een virtuele radiotelescoop, is een belangrijke exponent van Sensor Grids.
  • Distributed Grids. Hierbij bestaat de Grid uit een groot aantal computers die gezamenlijk opereren. Veel van deze computers hebben allemaal andere taken maar als er een uit de grid wegvalt neemt een ander het over. Een goed voorbeeld van een commerciële applicatie wordt geleverd door het Finse bedrijf BaseN. 

Half-duplex

In de communicatietechniek is half-duplex de mogelijkheid om informatie te versturen in beide richtingen (in tegenstelling tot simplex), maar niet tegelijkertijd (in tegenstelling tot full-duplex). Een bekend systeem dat dit soort communicatie gebruikt is de walkie-talkie. Dit staat ook bekend (vooral bij radio-amateurs) als het push-to-talk systeem. Ook bekende netwerktechieken zoals Ethernet zijn in hun originele vorm in principe half-duplex, moderne ontwikkelingen zoals de toepassing van switches maken full-duplex communicatie in delen van het netwerk wel mogelijk. Minder bekende half-duplex communicatie is bijvoorbeeld: Een telefoon die in de speaker-stand staat, en de microfoon uitzet zodra de ander gaat praten; ook wel full automated half-duplex of automatic directional control for half-duplex genoemd. Dit principe wordt onder andere beschreven in United States Patent US3496293 van 3 juli 1967. Het programma Skype, dat door echo-onderdrukking slechts één persoon tegelijk laat praten.

Host

Een op het Internet aangesloten computer die services beschikbaar stelt aan andere computers. Zo'n server bevat over het algemeen www pagina's, ftp sites en/of nieuwsgroepen.

Hosting

Elke web site wordt op een www server 'gehost'. Dat betekent dat die site op de server bewaard wordt en dus online staat. Over het algemeen wordt behalve de web site ook de evt. bijhorende domein naam op die server 'gehost'.

Hyper-threading (HTT)

Een techniek die uitgedacht werd door Digital Equipment Corporation en in praktijk gebracht door Intel. De eersteprocessors met hyper-threading verschenen rond 2001 op de markt. Bij hyper-threading technologie bevat één enkele processorkern twee logische processors die de cache en externe interfaces delen. In de meeste gevallen wordt het hierdoor mogelijk dat de processorkern twee threads tegelijk uitgevoerd. Als er bepaalde CPU-onderdelen niet gebruikt worden door thread X, dan kunnen die gebruikt worden om thread Y uit te voeren. Zonder hyper-threading kan het voorkomen dat een thread moet wachten en de meeste cpu-onderdelen niets doen. Redenen waarom een thread moet wachten kunnen zijn: cache-miss (wachten op gegevens uit het hoofdgeheugen), foutieve voorspelling van het executiepad (branch misprediction) of van elkaar afhankelijke instructies (instructie 1 moet eerst uitgevoerd worden voordat instructie 2 uitgevoerd kan worden). De door Intel voorspelde prestatiewinst is ongeveer 30%. Hyperthreading vereist ook dat de software ondersteuning heeft voor een systeem met meerdere processoren: een processor met hyperthreading-technologie wordt door het besturingssysteem meestal als twee losse processoren gezien.

Internet service provider (ISP)

Een ISP heeft computers die altijd zijn aangesloten op (en dus ook deel uitmaken van) het Internet. Er zijn applicatie providers, inbel (access) providers en hosting providers. Veel ISPs combineren met name de laatste twee diensten. Als je een ISP zoekt om in te kunnen bellen naar het internet, let er dan op dat deze een inbelpunt in je lokale telefoon regio heeft. Bij internetten.nl kun je providers vergelijken. En bij internetvergelijken.com ook.

Intranet

Een netwerk binnen een bedrijf waarbij dezelfde software wordt gebruikt als op het (openbare) Internet.

IP nummer / IP adres

Een IP-adres, waarin IP staat voor Internet Protocol, is een adres waarmee een NIC (network interface card of controller), of in het Nederlands 'netwerkkaart', van een host in een netwerk eenduidig geadresseerd kan worden binnen het TCP/IP-model, de standaard van "het" internet. Elke computer die is aangesloten op het internet of netwerk heeft een nummer waarmee deze zichtbaar is voor alle andere computers op het internet. Men kan dit vergelijken met telefoonnummers. Om het mogelijk te maken dat computers elkaar kunnen vinden en identificeren hebben deze hun eigen nummer nodig. Deze nummers zijn de IP-adressen. Een IP-adres op internet is meestal gekoppeld aan een bedrijf. Zo is het te achterhalen waar bewerkingen onder een IP-adres vandaan komt. Bij mensen die vanuit huis werken identificeert het IP-adres hun internetprovider. Bijdragen op het internet zijn hierdoor bijna nooit werkelijk anoniem. De persoon achter een IP-adres is in de meeste gevallen te achterhalen, soms direct, maar soms alleen via medewerking van justitie. Tot nu toe gebruikt men voornamelijk IP-adressen die bestaan uit 32 bits, het zogenaamde Internet Protocol versie 4-systeem (IPv4). In de praktijk blijkt dit systeem te weinig bruikbare adressen op te leveren, zodat men het systeem Internet Protocol versie 6 (IPv6) ontwikkeld heeft, met IP-adressen bestaande uit 128 bits. In IPv4 is een IP-adres een reeks van 32 bits. De adresruimte van IPv4 bevat daarom maximaal 232=4 294 967 296 IP-adressen. Dit maximum is strikt theoretisch, want in de praktijk worden bepaalde adressen als broadcastadres of netwerkadres gebruikt. Een deel van de adresruimte is bovendien als privé-adresruimte voor bijvoorbeeld testdoeleinden gereserveerd, zoals beschreven staat in RFC 1918. Dit deel wordt niet over het internet gerouteerd. Verder zijn hele reeksen IP-adressen toegekend aan bedrijven en providers, bijvoorbeeld een reeks van 65 536 adressen, terwijl dat bedrijf niet zo veel adressen nodig heeft. Het is gebruikelijk een IP-adres uit IPv4 op te delen in vier groepen van 8 bits en deze weer te geven in de vorm van door punten gescheiden decimale getallen, bijvoorbeeld 130.94.122.197. Dit is korter dan de 32 bits en eenvoudiger te lezen. Voor de mens zijn zulke reeksen van vier getallen echter ook nog moeilijk te onthouden. Daarom wordt het DNS gebruikt om IP-adressen in leesbare en makkelijker te onthouden namen zoals nl.wikipedia.org om te zetten en vice versa. In principe bestaat een IP-adres in IPv4 uit een netwerkgedeelte, gevolgd door een hostgedeelte. Het netwerkgedeelte geeft aan welk netwerk bedoeld is en het hostgedeelte geeft de host (bv. een pc of een router) aan binnen het netwerk. Voor een 'klasse A'-netwerk geldt dat de eerste 8 bits netwerkbits zijn, en de overige 24 zijn hostbits. In een 'klasse B'-netwerk bestaat het IP-adres uit 16 netwerkbits gevolgd door 16 hostbits. Een adres in een 'klasse C'-netwerk bestaat uit 24 netwerkbits gevolgd door 8 hostbits. Of we te maken hebben met een klasse A, B of C netwerk is op te maken uit de eerste byte van het IP-adres. Onderstaande tabel geeft steeds een waardebereik binnen de eerste byte, gevolgd door de bijbehorende netwerkklasse. Een structurele oplossing voor de schaarste in adresruimte van IPv4 is te vinden in de opvolger hiervan: IPv6. In IPv6 zijn er 128 bits beschikbaar voor een IP-adres, en is de theoretische bovengrens. Net als bij IPv4 geldt dat in de praktijk weer adressen gebruikt worden als netwerkadres en broadcastadres, maar evengoed is het aantal toe te kennen IP-adressen hiermee enorm groot.

ISCSI (Internet Small Computer System Interface)

Internet SCSI (iSCSI) is een netwerkprotocol waarmee oorspronkelijk een server, maar tegenwoordig ook een werkstation, met een Storage Area Network kan communiceren. Het is een relatief goedkoop alternatief voor het Fibre Channel-protocol omdat gebruik gemaakt kan worden van normale layer 2-netwerkswitches.

Wat is iSCSI?

iSCSI is een Ethernet protocol waarin de SCSI commando’s voor gewone harde schijven is vervat. Dit geeft u de vrijheid om uw schijven (of RAID systemen) op afstand van de server te plaatsen. De data wordt via de normale TCP/IP pakketten verzonden. Het is zelfs mogelijk om een harde schijf via het Internet aan een server beschikbaar te stellen. Hiermee heeft u de gereedschap in handen om een SAN (Storage Area Network) over Ethernet te maken met alle flexibiliteit van het Ethernet.

Wat is iSCSI SAN?

IP SAN stelt u in staat om van enkele tot honderden servers aan te sluiten op iSCSI RAID systemen over Ethernet. Met het IP protocol kunt u storage en servers van verschillende fabrikanten en besturingssystemen aan elkaar koppelen (bijvoorbeeld HP-UX, Linux, MS Windows Servers met Infrotrend, easyRAID, Compellent Storage).

Waarom zou ik van een iSCSI SAN gebruik maken? iSCSI is veel sneller dan NAS (Network Attached Storage) omdat het een blok georiënteerd protocol is. Alleen de gewijzigde blokken worden aangepast in tegenstelling tot hele bestanden. iSCSI is eenvoudig en wordt getransporteerd over een gewoon Ethernet netwerk. iSCSI doet wat Fibre Channel ook doet, het is alleen veel goedkoper en flexibeler. iSCSI kan over een Ethernet netwerk, dus ook over het Internet waardoor data redundantie eenvoudig geïmplementeerd kan worden.

JBOD (Just a Bunch Of Disks)

JBOD (van ’Just a Bunch Of Disks’) is het simpelweg achter elkaar plakken van een aantal schijven waarbij de totale grootte de som is van de ruimte op alle schijven. Dit is op zich geen RAID maar wordt wel ondersteund door veel RAID-controllers. Dit zijn twee of meer diskdrives die samen een disk volume vormen (het operating system ziet het als 1 diskdrive). Echter: JBOD is niet hetzelfde als RAID. Meestal wordt een JBOD opgebouwd uit restjes van een RAID configuratie die niet voor de raid gebruikt worden. Strikt technisch gezien, is JBOD (Just a Bunch Of Disks) geen RAID-modus. Bij JBOD worden alle volumes gewoon achter elkaar geplaatst en worden de gegevens dus gewoon chronologisch op de schijven opgeslagen. Logisch gezien blijft er slechts één volume (of meer, naargelang je keuze) over, terwijl je fysiek meerdere volums hebt. Soms wordt deze techniek ook wel disk spanning genoemd, bijvoorbeeld in Microsoft Windows. Velen denken dat Spanning ook onder RAID valt, maar het tegendeel is waar. Spanning is zo ongeveer het tegengestelde van meerdere partities op één harde schijf: één partitie bestaande uit meerdere harde schijven. De manier van het lezen en schrijven van de data blijft onveranderd; er treedt dus geen mirroring, striping en parity check op. Wanneer de eerste harde schijf is volgeschreven, dan wordt er simpelweg aan de volgende harde schijf begonnen en ga zo voorts. Spanning wordt overigens ook weleens JBOD genoemd: Just a Bunch Of Disks.

LAN (Local Area Network)

Een intern computer netwerk dat alle computers binnen b.v. één bedrijf met elkaar verbindt.

Modem

De modem is een apparaat waarmee informatiesignalen geschikt gemaakt worden om over een kanaal te worden getransporteerd. Tegenwoordig gaat het meestal om digitale informatie die over een analoge telefoonlijn, een andere (lange) kabelverbinding, of draadloos wordt verstuurd. Meestal betreft het een dataverbinding tussen computers. Ook op andere gebieden zijn modems in gebruik, zoals bij radio-verkeer, waar een modem ervoor zorgt dat de informatie geschikt gemaakt wordt om via een draadloze verbinding te worden overgebracht. Het woord modem is een acroniem (of samentrekking) betreffende modulator en demodulator. Zowel 'de' als 'het' modem wordt in het Nederlands gebruikt. Gezien de oorsprong (modulator en demodulator zijn mannelijke woorden) geniet 'de modem' de voorkeur.

Moederbord

Een moederbord in een personal computer (ook wel: systeembord, mainboard, mobo) is een printplaat met elektronica waarop andere (insteek-)printplaten kunnen worden gemonteerd. Vandaar de naam. In de loop der jaren is steeds meer functionaliteit in het moederbord ondergebracht. Rond 1989 bevatte het moederbord voornamelijk de processor, het werkgeheugen en interruptvoorzieningen, alle overige functies werden met insteekkaarten verzorgd. Anno 2011 treft men op een moederbord vaak een complete pc aan, inclusief geluids- en netwerkkaart, en in een aantal gevallen ook de videokaart. Hierdoor kunnen systemen goedkoper en compacter gebouwd worden. Systeemborden zijn verkrijgbaar in verschillende modellen en formaten: AT, ATX, Mini-ATX en MicroATX. Ook werden er BTX-moederborden verkocht, maar vanwege de incompatibiliteit met ATX werd BTX geen succes. BTX was een vormfactor waarbij de componenten heel anders geschikt stonden om optimaal te kunnen afkoelen. Tegenwoordig zijn er drie grote processormerken waarop de CPU-Sockets zijn gebaseerd: AMD, Intel en VIA. Zo zijn er voor Intel de Sockets 3, 5, 7 (ook voor AMD), Slot I, Slot II, PGA-370 (ook VIA), 478, Xeon, LGA-775, de LGA-1156 voor de Core i5 en Core i7 (800-serie), de LGA-1366 voor de Core i7 (900-serie) en de LGA-1155 voor de 2e generatie van Core i3, i5 en i7. Voor AMD zijn er de sockets: 7 (ook Intel), super socket 7, Slot A, Socket A (ook wel T-462 genoemd), 754, 939, AM2, AM2+, AM3, AM3+ socket 940 en socket F. VIA fabriceert tegenwoordig ook zelf moederborden met eigen processoren geïntegreerd, VIA Epia genaamd. VIA fabriceert onder andere de volgende processoren: VIA C3, VIA Eden, VIA Antaur. Vroeger fabriceerde VIA ook de VIA Cyrix, die vooral voor oudere moederborden met socket 3, 5, 7 en 370 geschikt waren. Het moederbord kan, zoals veel elektronica, niet tegen statische elektriciteit. Het is niet aan te raden met een hand een blank metalen deel van het moederbord of van een elektronische component aan te raken tijdens werkzaamheden. Het wordt aangeraden je van tevoren statisch te ontladen. Beter is echter het gebruik van een antistatische mat en een geleidend polsbandje verbonden met een goede aardleiding.

NAS (Network Attached Storage)

Network Attached Storage NAS staat voor een opslagmedium dat op het netwerk aangesloten is. Dit systeem maakt gebruik van het TCP/IP protocol voor de dataoverdracht. NAS-apparaten zijn in feite volwaardige fileservers. Bij NAS wordt het bestandssysteem beheerd vanuit het NAS systeem zelf, in tegenstelling tot SAN, waarbij het bestandssysteem beheerd wordt door servers. NAS systemen kunnen gebruikmaken van meerdere harde schijven die vaak in RAID staan. Network Attached Storage oftewel NAS staat voor een opslagmedium dat op het netwerk aangesloten is. Dit systeem maakt gebruik van het TCP/IP protocol voor de dataoverdracht. NAS-apparaten zijn in feite volwaardige fileservers. Bij NAS wordt het bestandssysteem beheerd vanuit het NAS systeem zelf, in tegenstelling tot SAN, waarbij het bestandssysteem beheerd wordt door servers. NAS systemen kunnen gebruik maken van meerdere harde schijven die vaak in een RAID opstelling zijn aangesloten. Er bestaan een aantal alternatieven voor NAS zoals Direct Attached Storage (DAS), waarbij het opslagmedium direct aangesloten is op een computersysteem, en Storage Area Network (SAN) systemen, waarbij de opslag (net zoals NAS) in een extern opslagsysteem gebeurt dat via een netwerk benaderd kan worden. 

Wat zijn de voordelen NAS?

  • Elke machine die op het netwerk aangesloten is, kan connectie maken met NAS systemen. - Via NAS wordt het delen van informatie erg makkelijk, vooral tussen verschillende besturingssystemen.
  • Vergroten van de capaciteit is erg makkelijk.
  • Wat zijn de nadelen van NAS?
  • De prestaties liggen niet zo hoog, aangezien alle data over het netwerk moet.
  • De LAN prestaties kunnen dalen.

Netwerkkaart

Een netwerkkaart is een hardwareonderdeel in een computer, nodig om die computer deel te laten uitmaken van een computernetwerk. Soms is de netwerkkaart een aparte insteekkaart, maar tegenwoordig maakt de techniek meestal standaard deel uit van het moederbord van de computer (onboard) en is er geen sprake meer van een aparte netwerkkaart. Doorgaans wordt een netwerkkaart aangegeven met de afkorting NIC (Network Interface Card). Ook wordt vaak de naam 10/100-Ethernet of 10/100/1000-Ethernet gebruikt, waarbij de getallen op de snelheid in megabits per seconde slaan. Een 10/100-netwerkkaart is zowel geschikt voor netwerken met 10Mb/s en 100Mb/s. De meeste netwerkkaarten zijn full-duplex, dat betekent dat ze tegelijkertijd kunnen versturen en ontvangen. Netwerkkaarten worden gemaakt voor een bepaald netwerk, protocol of medium, hoewel sommige kaarten kunnen worden gebruikt voor meerdere netwerken. De meest gebruikte netwerkkaart is van het ethernet-type. De technologie die hierop wordt geïmplementeerd, beslaat de onderste twee lagen van het OSI-model. Netwerkkaarten kunnen vele soorten connectoren hebben, zelfs in het geval van ethernetkaarten, zoals BNC connector twisted pair: vaak zonder beschermingsschild (UTP: unshielded twisted pair); soms ook met (STP: shielded twisted pair), en meestal met RJ45-stekker AUI, ST (fiber). Vanaf 1990 wordt vooral de netwerkkaart voor Ethernet met UTP aansluiting gebruikt. Sinds 2005 zijn voor thuisgebruik steeds meer draadloze netwerken in opkomst waarbij netwerkkaarten gebruikt worden die via PCMCIA of de USB met de computer zijn verbonden. Om een computer met een netwerkkaart te laten werken is software nodig: de zogenaamde (device) drivers of stuurprogramma's. Voor (emulaties van) veel gebruikte kaarten zijn deze drivers vaak onderdeel van standaardinstallaties van het besturingssysteem. Anders worden ze met het product meegeleverd, of zijn doorgaans te downloaden op de website van de fabrikant van de netwerkkaart. Enkele bekende producenten van netwerkkaarten zijn: 3Com, Intel, Sitecom, Realtek, D-Link, Eminent, Nvidia, Linksys en Option.

Node

Het Engelse woord node betekent in de context van computernetwerken een computer of ander apparaat dat is aangesloten op een bepaald netwerk. Ook netwerkapparaten zelf worden aangeduid als nodes. In het studiegebied informatica is een node de Engelse benaming voor een knooppunt in een boomstructuur van data. Een aantal voorbeelden van nodes in computernetwerken zijn computers, laptops, routers, switches, hubs en draadloze apparatuur zoals draadloze printers, draadloze betaalautomaten en telefoons.

Patchpanel

Een patchpanel is een paneel met een groot aantal aansluitbussen, waarop met kabels (patchkabels) tijdelijke of permanente verbindingen kunnen worden gemaakt. Een patchpanel avant la lettre treft men aan in een handbediende telefooncentrale. Een telefoniste maakt daarop een verbinding tussen twee abonnees die met elkaar willen spreken. Deze verbinding is van zeer tijdelijke aard. In moderne kantoorgebouwen bevindt zich meestal een patchpanel voor het maken van telefoon- en netwerkverbindingen. In elke werkruimte bevinden zich een aantal contactdozen met RJ-45-jacks. Deze zijn verbonden met de jacks op het centrale patchpanel. De aansluitingen van de huistelefooncentrale en het internet eindigen ook op het patchpaneel. Bij het patchpanel horen een groot aantal RJ-45-kabels met een lengte van 1 à 2 meter. Wil men ergens een telefoon of computer aansluiten en verbinden met apparatuur elders in het gebouw, dan hoeft men enkel een verbinding te maken tussen twee jacks op het patchpanel.

PCI (Peripheral Component Interconnect)

De Peripheral Component Interconnect bus of PCI-bus is de opvolger van de ISA-bus, die in de eerste IBM-PC geïntroduceerd werd. In de loop der jaren voldeed de ISA-bus niet meer aan de gestegen eisen en werd door fabrikanten aan alternatieven gewerkt. Zo introduceerde IBM de MCA-bus. De industrie weigerde hier echter licentiegelden voor neer te tellen. In reactie hierop ontwikkelde Compaq de EISA-bus. Toen ook deze bus niet echt aansloeg verschenen nog de OPTi local-bus en de VESA Local Bus. Uiteindelijk schiep Intel orde in de chaos en introduceerde de PCI-bus. Behalve een hogere snelheid bood de PCI-bus nog meer voordelen ten opzichte van de ISA-bus, onder andere een centrale configuratie, plug-and-play, en busmastering in plaats van de primitievere DMA-kanalen. PCI-sleuven zijn uitbreidingssleuven die zich op een moederbord in de computer bevinden. Zij zijn vaak te herkennen aan hun witte kleur (zie foto). De sleuven kunnen worden gebruikt voor insteekkaarten zoals geluidskaarten, netwerkkaarten, RAID-controllers, televisiekaarten en videokaarten. Voor grafische kaarten is ook de snellere AGP en PCI-Express-kaart een alternatief voor een PCI-kaart. Sinds 2006 wordt PCI steeds minder gebruikt omdat zijn opvolgers, PCI-Express en PCI-X, hun opkomst maken. Deze hebben snellere transferrates en zijn dus geschikter voor zware grafische toepassingen, nodig om bijvoorbeeld een driedimensionaal spel te kunnen spelen dat gerenderd moet worden. PCI-Express wordt voornamelijk gebruikt in pc's zijn, terwijl PCI-X gemaakt is voor servers en werkstations.

Peer-to-peer

Een peer-to-peernetwerk (of p2p; Engels: P2P) is doorgaans een computernetwerk waarin de aangesloten computers gelijkwaardig zijn. Het woord komt van het Engelse peer, dat 'gelijke' betekent. Een dergelijk netwerk kent geen vaste werkstations en servers zoals in het client-servermodel, maar heeft een aantal gelijkwaardige aansluitingen die functioneren als server en als werkstation voor de andere aansluitingen in het netwerk.

RAID (Redundant array of independent disks)

RAID is een afkorting van redundant array of independent disks, ook bekend als redundant array of inexpensive disks (of drives) en is de benaming voor een set methodieken voor fysieke data-opslag op harde schijven waarbij de gegevens over meer schijven verdeeld worden, op meer dan één schijf worden opgeslagen, of beide, ten behoeve van snelheidswinst en/of beveiliging tegen gegevensverlies. Voor gamers wordt meestal RAID-0 gebruikt door de toename van snelheid. Servers gebruiken Raid1 of Raid5 voor betrouwbaarheid. RAID is ontstaan in een tijdperk waarin goedkope harde schijven erg onbetrouwbaar waren. Men moest dieper in de buidel tasten om schijven te kunnen betalen die wél betrouwbaar (genoeg) geacht werden. Informatici van de Universiteit van Californië op Berkeley kregen daarom het idee om deze goedkope schijven te combineren in een redundante array, zodat óók goedkope schijven een betrouwbaar opslagmedium konden vormen. Tegenwoordig zijn schijven bedoeld voor de consumentenmarkt stukken betrouwbaarder geworden en beperkt de vraag naar meer betrouwbaarheid en meer snelheid zich niet alleen tot deze markt. Integendeel: de duurste schijven met SCSI of SAS-interface worden meestal gebruikt in een RAID-array. Om deze reden is de oorspronkelijke betekenis I in de afkorting RAID gewijzigd van inexpensive (goedkoop) in independent (onafhankelijk).

RAID-0

RAID-0 (ook bekend als striping); een aantal schijven wordt in een array geplaatst en benaderd als één grote schijf. De gegevens worden in kleine (enige tientallen kilobyte) blokken (ook wel 'stripes' genoemd) verdeeld en op de verschillende schijven weggeschreven. Hiermee wordt een snelheidsverhoging bereikt omdat meerdere schijven tegelijkertijd gegevens kunnen ophalen of wegschrijven. Theoretisch zou de snelheidsverhoging recht evenredig kunnen zijn met het aantal schijven, in de praktijk wordt dit echter meestal niet bereikt. RAID-0 biedt geen foutcorrectie. De term 'redundant' is hier dan eigenlijk ook niet van toepassing. Als één schijf uitvalt dan zijn alle gegevens van de hele array verloren.De (qua capaciteit) kleinste schijf in de array bepaalt de omvang van alle RAID-systemen. Als bijvoorbeeld een 50GB-, 100GB- en een 250GB-schijf in een RAID-0-array worden gezet, dan zal de controller aan de pc een schijf aanbieden van 150 GB (50 GB × 3). Hierbij gaat bij veel controllers dus effectief 250 GB verloren. Sommige controllers kunnen echter de overblijvende ruimte nog gebruiken voor een andere RAID-set. Software RAID-0 wordt ook wel aangeduid als Volume Sets. Hierbij is echter niet altijd sprake van striping op blokniveau, maar worden mappen en de daarin aanwezige bestanden door het filesysteem op die schijf binnen de Volume Set geplaatst die op dat moment de meeste vrije ruimte heeft.

RAID-1

RAID-1 (ook bekend als mirroring) slaat de data twee (of meer) keren op op verschillende schijven. Als een schijf uitvalt zal het computersysteem hier geen hinder van hebben en gewoon blijven werken. De controller zal dan alle I/O laten lopen over de andere schijf (of schijven). De controller zal de gebruiker natuurlijk wel een hint geven dat er iets fout is - maar het systeem werkt gewoon door. Als de defecte schijf wordt vervangen zal de inhoud van de goede schijf teruggeschreven worden op de nieuwe. Lezen gebeurt hier theoretisch op dubbele snelheid, maar schrijven gaat even snel als op 1 enkele schijf. Hoewel RAID-1 niet de meest efficiënte manier van databeveiliging is en voor conventionele SCSI RAID-systemen een tamelijk dure oplossing is, biedt dit voor IDE-oplossingen een simpele maar erg betrouwbare oplossing als het om veiligheid van de data gaat. Als er 1-op-1-mirroring toegepast wordt met twee 160 GB-schijven, dan zal het systeem maar één schijf ter grootte van 160 GB zien. Ook hier is de kleinste schijf bepalend voor de uiteindelijke opslagcapaciteit van het gehele RAID-systeem. Voor de pc is de logische schijf zo groot als de kleinste schijf uit de set. NB: Bij gebruik van RAID-1 met twee schijven als Master en Slave op één enkele IDE-poort kan het gebeuren dat de defecte schijf de hele IDE-bus ophangt, en dat de andere schijf daardoor ook niet meer bruikbaar is. Hoewel het systeem wel weer zal werken zodra de defecte schijf verwijderd is biedt dit niet de betrouwbaarheid die van RAID-1 verwacht mag worden. Naast de mirroringversie van RAID-1 is er ook een duplexingversie. Waar bij mirroring de schijven alle aangesloten zijn op een enkele controller, worden de schijven bij duplexing aangesloten op verschillende controllers.

RAID-2

RAID-2 gebruikt parallel datatransport (zie ook striping bij RAID-0) aangevuld met een zogenaamde Hamming Error Correction Code (ECC), bedoeld voor schijven die geen eigen foutcorrectie hebben. Alle moderne harde schijven hebben tegenwoordig wel een ingebouwde foutcorrectie. Omdat bij gebruik van een Hammingcode extra bits worden toegevoegd, heeft men meer dan één schijf nodig voor de opslag van deze code. Deze RAID-variant heeft geen voordelen ten opzichte van RAID-3.

​RAID-3

RAID-3 werkt bijna hetzelfde als RAID-2 met het verschil dat men een aparte schijf gebruikt voor het opslaan van een berekende pariteit voor de Hamming Error Correct Code. Ook hier wordt parallel gewerkt zoals we dat bij striping in RAID-0 zagen. De pariteit wordt per setje bytes (A0, A1 en A2) berekend en opgeslagen. Als een disk uitvalt, kan men terug berekenen wat de verloren byte had moeten zijn. Door deze pariteitsdata kan een RAID-3-systeem echter vaak niet gelijktijdig schrijven en lezen.

RAID-4

RAID-4 is identiek aan RAID-3 maar nu wordt de pariteit niet per byte maar per datablok (stripe) berekend. Een dergelijk datablok is bijvoorbeeld 32 of 64 kilobyte groot. Hierdoor kan gelijktijdig geschreven en gelezen worden mits er geen overlapping plaats vindt. Wel is het zo dat de schijf die voor de pariteit gebruikt wordt, voor iedere schrijfactie aangesproken moet worden en dus een snelheidsbeperkende factor is.

RAID-5

RAID 5 werkt identiek aan RAID-4, met het verschil dat de pariteitblokken niet op een enkele schijf opgeslagen worden maar verdeeld over de schijven in de array. Hierdoor geldt het nadeel van de pariteitsschijf die de snelheid beperkt dus niet meer. In de praktijk wordt RAID-5 dan ook vaak toegepast in tegenstelling tot de andere RAID-varianten met pariteit.

RAID-6

RAID 6 is te vergelijken met RAID-5 maar gebruikt twee pariteitsblokken die verdeeld worden over alle schijven. De effectief bruikbare ruimte neemt dan ook met twee schijven af. De pariteitsberekening is veel complexer dan voor RAID-5, en is alleen op een beperkt aantal RAID-controllers beschikbaar. Hiermee kunnen dan wel twee willekeurige schijven falen.

RAID Combinaties

RAID-configuraties kunnen ook in combinaties voorkomen, waarmee sommige van de nadelen van specifieke oplossingen verminderd worden. Zo kan RAID-0 en 1 gecombineerd worden tot RAID-10 (zie afbeelding), waarmee met minimaal 4 schijven de snelheid van RAID-0 en de betrouwbaarheid van RAID-1 gecombineerd worden. Ook RAID 5 wordt gecombineerd met RAID-0 in RAID-50 voor extra snelheid, of met RAID-1 in RAID-51 voor extra betrouwbaarheid.

Hot-spare

Veel RAID-controllers kunnen met een speciaal hiervoor geïnstalleerde "hot-spare"-schijf meteen beginnen met het reconstrueren van gegevens zodra een schijf uitvalt. Hiermee wordt de periode dat het systeem kwetsbaar is voor uitval van een tweede schijf zo kort mogelijk gehouden.

Online migratie en uitbreiding

Sommige RAID-controllers kunnen ook zonder verlies van gegevens en soms zelfs zonder te hoeven stoppen, migreren van het ene naar het andere RAID-niveau. Stel er is een RAID-controller met twee schijven in RAID-1, door het bijplaatsen van een extra schijf kan dan de effectieve capaciteit verdubbeld worden door er een RAID-5 set van te maken. Een bestaande RAID-5 set kan door bijplaatsen van extra schijven ook nog eens uitgebreid worden.

RAID-controllers

RAID is mogelijk met uitsluitend software, waarbij de aansturing van de schijven door het besturingssysteem van de computer verzorgd wordt. Softwarematige RAID is mogelijk onder Linux, en ook zijn de eenvoudiger RAID-configuraties al mogelijk met desktopuitvoeringen van Windows NT, Windows 2000, Windows XP en Mac OS X. De serveruitvoeringen hiervan kunnen ook de complexere varianten aan. Deze oplossing kost voor de rekenintensieve RAID-varianten wel relatief veel CPU-tijd. Een efficiëntere oplossing is de hardware-assisted software-RAID, waarbij een speciale processor de pariteitsberekeningen (zie hieronder bij RAID-5) op zich neemt, maar het uitvoeren van RAID zelf nog door software gedaan wordt. Er zijn ook intelligente RAID-controllers die alle functies met een eigen ingebouwde processor verzorgen, en waarbij de systeem-CPU geen extra werk hoeft te verrichten. Een bezwaar van een hardwarematige RAID-controller is dat bij een defect aan de controller alle schijven ontoegankelijk worden. Afhankelijk van de gebruikte controller en/of het RAID-niveau kan het moeilijk worden om de gegevens op de schijven weer te benaderen als geen vervangende controller van gelijk type meer voorhanden is. Er bestaan verschillende RAID-niveaus met ieder een eigen toepassingsgebied.

Router

Een speciale computer (of software) die een verbinding tussen 2 of meer netwerken legt. Routers doen niets anders dan bestanden die van A naar B moeten, verder te leiden. Een software router wordt ook wel eens gateway genoemd.

SAN (Storage Area Network)

Een Storage Area Network of SAN is een opslagmedium voor een computer dat extern via een netwerk op een computer aangesloten is. De aansturing van een SAN gebeurt op blokniveau, de computer regelt dus zelf de indeling van de via SAN aangeboden schijven. Dit in tegenstelling tot Network Attached Storage (NAS), waar het externe systeem al een complete bestandsstructuur aanbiedt. Omdat de opslag op blokniveau wordt aangeboden is het mogelijk om maar een deel van een bestand te bewerken zonder dat het hele bestand over het netwerk verstuurd hoeft te worden. Hierdoor is het mogelijk om complexe database-systemen op een SAN onder te brengen, iets wat met NAS vaak niet mogelijk is. Een SAN systeem kan zowel via Fibre Channel als via iSCSI icm Ethernet worden aangesloten. Een SAN wordt dikwijls als back-end network gebruikt voor de transfer van storage informatie, terwijl het front-end netwerk meestal geassocieerd wordt met het TCP/IP netwerk. Een SAN bestaat uit een communicatie infrastructuur (een verbinding van serversystemen en storage elementen) die zowel voorziet in de fysieke connectie als in de managementlaag, wat een snelle en beveiligde data transfer toelaat tussen deze serversystemen en storage elementen of tussen storage elementen onderling. Een SAN gebruikt channel-verbindingen als een netwerk. De bekendste channel-technologieën die vandaag de dag in gebruik zijn, zijn ESCON voor bepaalde mainframes en SCSI voor open systemen. Beide technologieën zijn in essentie kabelverbindingen, die servers aan opslagapparatuur (disks) koppelen. De Fibre Channel-technologie is nu sterk in opkomst. Deze technologie biedt hogere snelheden, overbrugt langere afstanden en is flexibeler dan SCSI, omdat meerdere servers en opslagsystemen één enkel channel kunnen delen. In een Fibre Channel-omgeving kunnen veel apparaten worden aangesloten, waardoor grotere opslagnetwerken gebouwd kunnen worden. Een SAN heeft de manier waarop opslagapparatuur werd aangesloten op servers veranderd. De voordelen worden meteen duidelijk: betere prestaties, grotere dataoverdracht en een grotere betrouwbaarheid en beheerbaarheid.

Server

Een server is een computer die, of een programma dat diensten verleent aan clients. In de eerste betekenis wordt met server de fysieke computer aangeduid waarop een programma draait dat deze diensten verleent. In de praktijk komen er verschillende combinaties van hardware en serverprogramma's voor:

Dedicated server: op een computer draait 1 serverprogramma. Dit zal vooral het geval zijn voor taken die veel resources vragen, zoals een database.

Clustered server: een aantal aan elkaar gekoppelde computers (een cluster) draait een serverprogramma. Dit zal over het algemeen gebeuren om veel clients tegelijk te kunnen bedienen. Een typisch voorbeeld hiervan is een webserver voor een drukke website. Een server waarop meerdere serverprogramma's draaien. Dit is vrij algemeen het geval bij UNIX systemen. Een computer die zowel client- als servertaken vervult. Andere termen die gebruikt worden voor serverprogramma's zijn daemon (UNIX) en service (Windows). Over het algemeen worden servers voorzien van betere hardware dan computers voor thuisgebruik.

Verschillen zijn over het algemeen:

Voeding: Dit is meestal gewoon een ATX-voeding, soms hot-swappable.

Geheugen: In servers wordt meestal ECC-geheugen gebruikt.

Processor: Eigenlijk niet speciaal, maar er worden in servers meestal Intel Xeon of AMD Opteron processors gebruikt.

Harde schijf: Meestal het oude SCSI of nieuwere SAS schijven op 10.000 of 15.000 RPM. Tegenwoordig worden ook wel SSD's gebruikt vanwege de lage toegangstijden.

Moederbord: Moederborden voor servers zijn veelal groter van formaat om 2 of zelfs 4 losse processoren te ondersteunen. Daarnaast is er vaak veel meer ruimte voor geheugen en ook wordt vaak ECC geheugen ondersteund.

Behuizing: Omdat servers vaak in een datacenter staan, worden vaak rackservers gebruikt. Deze servers kunnen in een rack geschoven worden, waardoor er zoveel mogelijk servers per vierkante meter kunnen staan. Toch bestaan er ook towerservers en bladeservers.

Bestandsserver (Fileserver), Applicatieserver, Webserver, Mailserver, Databaseserver, Time-server, Printerserver, FTP-server, DHCP-server, DNS-server, Proxyserver, IRC-server, Gameserver

Server based computing

Server Based Computing is een variant van client-server computing. Bij client-server computing worden bepaalde verwerkingstaken zoals databeheer op een centrale server uitgevoerd en andere verwerkingstaken, zoals het presenteren van de gebruikersapplicatie en printen van data, op de client. Als client wordt vaak een PC met MS Windows toegepast. Server Based Computing haalt zoveel mogelijk taken terug naar de server. De uitwisseling van data bestaat alleen nog uit beeldscherminformatie, toetsenbordaanslagen en muisbewegingen. Hierdoor wordt het mogelijk om thin clients toe te passen. Een thin client hoeft zelf over zeer weinig bronnen te beschikken, en is zeer sterk afhankelijk van de server. De term Server Based Computing wordt met name gebruikt voor systemen waarin een centrale server MS Windows/PC applicaties uitvoert die normaal gesproken op decentrale PC's zouden draaien. De schermuitvoer wordt naar een thin client gestuurd die deze in een grafische MS Windows omgeving aan de gebruiker presenteert. Dit principe kan zowel op een specifieke applicatie als op de gehele gebruikersomgeving worden toegepast.

Switch (hardware)

Een switch is, net als een hub, een apparaat in de infrastructuur van een computernetwerk. In tegenstelling tot een hub stuurt een switch een datapakket alleen naar de specifieke hardwarepoort van de switch waarop de computer is aangesloten waaraan het pakketje geadresseerd is. Een hub stuurt elk pakket naar alle poorten. In het verleden kon een hub niet omgaan met verschillende snelheden en een switch wel, maar ook hubs kunnen tegenwoordig omgaan met twee snelheden. Doordat de data alleen naar de poort wordt gestuurd waarop de eindbestemming van het pakket is aangesloten, vermindert het totale verkeer op het netwerk door switches toe te passen, en is het risico op botsingen (collisions) lager.

TCP/IP (Transmission Control Protocol/Internet Protocol)

Deze protocollen definiëren het Internet. Om met het Internet te kunnen communiceren moet je TCP/IP software op je computer hebben. Zie ook: de geschiedenis van het Internet. Dit protocol maakt het computers met verschillende operating (besturings) systemen mogelijk om met elkaar te communiceren.

Thin client

Thin client is een begrip uit de computerwereld. Het is een naam voor kleine, relatief zwakke computers die de hoofdmoot van het benodigde computercapaciteit van een server, een centrale computer betrekken en 1 gebruiker tegelijk "bedienen". De kleine computer fungeert daarbij als client ('klant') van de centrale computer. Het verschil met de klassieke computerterminal is, dat thin clients gewoonlijk wel een deel van de invoerbewerking voor hun rekening nemen en doorgaans een volwaardig besturingssysteem hebben. Het tegengestelde van deze thin client is de fat client, ook wel thick client genaamd. Deze beschikt wel over voldoende bronnen en verwerkt de data zelf.

Telnet

Met behulp van Telnet software kun je een andere computer direct opbellen.

Tier 1-netwerk

Onder een Tier 1-netwerk verstaat men een IP-netwerk (van een Internet Service Provider), dat uitsluitend via peering met de rest van het Internet gekoppeld is. Anders gezegd, een provider die aan geen enkele andere provider geld betaalt voor IP-transit. Een kenmerk van vrijwel alle Tier 1-providers is dat ze zowel in Noord-Amerika als in Europa uitgebreide netwerken beheren en exploiteren. Volgens de meest zuivere definitie peert een Tier 1-provider uitsluitend met andere Tier 1-providers. Hier kan men incidenteel van afwijken wegens strategische of netwerktechnische redenen. In de meeste gevallen moeten kleinere providers echter klant worden (IP-transit kopen) om een directe koppeling met die specifieke Tier 1 te kunnen realiseren. Als een provider IP-transit afneemt bij een Tier 1, dan wordt eerstgenoemde automatisch beschouwd als een Tier 2. Er is geen officiële overkoepelende instantie die bepaalt of een provider wel of geen Tier 1 is. Daarom wordt de term ook wel eens misbruikt uit marketing overwegingen. De achterliggende gedachte daarbij is dat een Tier 1-netwerk per definitie 'beter' zou zijn dan een Tier 2-netwerk. Dit hoeft echter niet altijd zo te zijn.

Tier 2-netwerk

Een Tier 2-netwerk is een Internet Service Provider die niet alleen peert met andere providers, maar ook genoodzaakt is om IP-transit in te kopen, meestal bij een Tier 1 of bij een zeer grote Tier 2 die de Tier 1-status dicht benadert. Bijna alle providers zijn van het type Tier 2; er bestaan wereldwijd slechts ongeveer tien Tier 1-providers. Dit zijn internationaal opererende telecombedrijven die eigen netwerken in Europa en Noord-Amerika beheren en exploiteren. Tier 1-providers stellen dermate hoge eisen aan potentiële peers, dat het voor vrijwel alle Tier 2-providers onmogelijk is om ooit de Tier 1-status te bereiken. Het onderscheid tussen Tier 1 en Tier 2 is primair bedoeld om aan te geven of een provider wel of niet moet betalen om de rest van het Internet te bereiken. Een Tier 2-netwerk hoeft niet per se slechter te zijn dan een Tier 1-netwerk, alhoewel marketeers van Tier 1-providers dit vanuit welbegrepen eigenbelang wel graag suggereren. De term Tier 3 wordt slechts zelden gebruikt; men duidt hiermee kleine netwerken aan die helemaal niet peeren, maar uitsluitend aan andere netwerken gekoppeld zijn via IP-transit.

Tijdserver

Een tijdserver (ook time-server genoemd) is een netwerkcomputer die de tijd van een aan hem toegewezen klok leest en deze informatie doorstuurt naar andere computers die het hetzelfde netwerk gebruiken. De tijdserver maakt hier meestal gebruik van het Network Time Protocol of kortweg NTP. Een veelgebruikte publieke tijdserver op het Internet is die van het NIST (National Institute of Standards and Technology). Met behulp van een DCF77- of GPS-ontvanger is het mogelijk om een nauwkeurige tijdserver op te zetten die gebruikt kan worden in netwerken die niet met het internet verbonden zijn.

Traffic Filtering

Traffic Filtering, letterlijk te vertalen als Verkeers-filtering, is een methode die wordt gebruikt om netwerken beter te beveiligen door het filteren van netwerkverkeer. Deze methode is gebaseerd op vele soorten criteria, waaronder:

Packet Filtering: Een methode voor het verbeteren van de veiligheid van netwerken door het onderzoek van netwerkpakketjes. Dit onderzoek kan worden gedaan door routers of een firewall. Pakketten kunnen worden gefilterd op basis van hun protocol, het verzenden of ontvangen van de poort, het verzenden of ontvangen van IP-adres, of de waarde van bepaalde status bits in het pakket. Er zijn twee soorten van packet filtering: statisch en dynamisch. Dynamisch is meer flexibel en veilig als hieronder wordt beschreven.

Bron Routing: deze methode berust op het feit dat pakketten altijd headerinformatie bevatten over de route die ze moeten nemen. Bron routing is een veiligheidskwestie wanneer een aanvaller toegang weet te krijgen tot een netwerk zonder dat een evemtuele firewall er tussen komt. Bron routing moet worden uitgeschakeld op het gebied van netwerk routers, met name op het netwerk omtrek. Hackers kunnen door andere vriendelijke doch minder beveiligde netwerken en toegang te krijgen tot een netwerk met behulp van deze methode.

Unicast

Een Unicast is binnen computernetwerken het verzenden van datapakketten van één bronapparaat naar één enkele bestemming (host). Dit is de standaard wijze waarop datapakketten verzonden worden.

Andere opties voor het verzenden van datapakketten zijn:

  • Broadcast - Waarbij één bron data verzendt aan alle bekende hosts binnen het netwerk. Multicast - Een alternatief voor Broadcast, waarbij één bron gecontroleerd data verzendt naar een geselecteerde groep hosts.
  • Anycast - Waarbij één bron data verzendt naar de dichtstbijzijnde host van een bepaalde klasse.
  • Mining server
  • GPU server
  • Ethereum miner
  • Bitcoin miner
  • Mail server
  • Database sserver
  • Virtuele server
  • Storage server

URL

Uniform Resource Locator. Dit is een adres op het Internet. De URL van ServerDirect is bijvoorbeeld www.serverdirect.nl.

Wereldwijde levering
Meer dan 25 jaar ervaring in de servermarkt
Technisch sales team